Het zijn 147 tegeltjes, ik heb ze nu drie keer geteld. Gek getal, een oneven getal. Kan dat wanneer je 21 tegels in de breedte hebt en zeven in de hoogte? Ja dus. Een oneven aantal. Ik zit hier zeker al twee uur. Precies weet ik het niet want ze hebben mijn telefoon afgepakt, en mijn horloge, broekriem en veters. Eikels. Het zal wel protocol zijn. Ik zucht, en slik, dorst heb ik en honger. Het ontbijt van vanmorgen is al lang geleden. De instructies waren duidelijk. En lachwekkend eigenlijk. Alsof dat nodig zou zijn.
‘Verzet je niet, laat je gewoon lijdzaam in de boeien slaan. Je gaat dan naar het bureau, misschien houden ze je even vast, er zijn advocaten die voor je klaar staan, daarna gaan we weer naar huis.’
Ik heb erom gelachen, ach ja, als we aangehouden zouden worden. Kleine kans toch? Vastgelijmd aan de snelweg, voor zover dat lukt met die lijm. We zijn geen bedreiging, alleen voor de mensen die in de file staan. Die naar hun werk willen, die wat later komen omdat ze om moeten rijden. Boehoe. Jammer dan. Het gaat ergens om, het gaat om het klimaat, om de toekomst, ook hun toekomst en die van hun kinderen. Ik offer me op voor alle mensen die zich er niets van aantrekken, zo moet je het zien.
Ik heb echt honger, ik heb nog een dropje gekregen van een van de anderen toen we goed en wel op het asfalt zaten, die met dat lange blonde haar, snorretje, leuke vent om te zien. Maar meer zit er niet in mijn maag. Waarom duurt het zo lang? Waar blijven die advocaten dan?
Het was toch nog een verrassing, de politie in grote getalen. Met een soort oranje schuitjes, die ze ook gebruiken bij ski ongelukken volgens mij. Daar werd ik (lijdzaam) opgelegd. In een bus gezet en zo ben ik hier beland. Ik vraag me af hoe lang het nog gaat duren. De hond moet uit, Boefje zal al wel met de poten gekruist op me zitten wachten. En morgen moet ik op tijd naar mijn werk, zo lang zullen ze me toch niet hier houden? Zal ik die tegels nog eens tellen?
Opeens gaat de deur open, een politieagent komt binnen. Hij gaat tegenover me aan tafel zitten.
‘Zo mevrouw van Berkel, Van de Ven is de naam, ik ga proces verbaal opmaken voor u, heeft u nog wat te zeggen voordat ik dat ga doen?’ hij klapt een laptop open op tafel.
‘Eh, nee? Zijn de advocaten er niet?’
De agent kijkt me aan. ‘Jawel maar met meer dan vijftig arrestaties hebben die hun handen vol, wij ook trouwens, daarom ben ik zojuist achter mijn bordje eten vandaan gebeld om te komen helpen hier op het bureau. Dus ik wil graag uw PB opmaken en van nog 10 collega’s van u en dan weer naar mijn vrouw en kinderen als u het niet erg vindt.’
Ik staar hem aan.
‘Dat is vervelend natuurlijk, dat u niet thuis kunt zijn. Maar ja, ik ben ook niet thuis en ondertussen gaat het klimaat naar de knoppen, ook niet fijn voor uw kinderen, voor alle kinderen eigenlijk. Daarom heb ik er dus ook geen. Dus ik wacht toch liever op een advocaat.’
Hij staart mij aan. Ik meen godverdomme te horen maar zo zacht dat ik er niet zeker van ben. Hij klapt de laptop weer dicht. ‘weet u het zeker? Het kan lang duren, u bent dan vannacht nog hier denk ik. Geen kinderen die naar bed moeten begrijp ik. Geen hond die uit moet? Geen baan die u kunt verliezen?’
Ik reageer, ondanks mezelf, bij het woord hond. Ik kijk naar hem op en slik.
‘Aha, een hond? Wie laat Fikkie uit vanavond? Niet op gerekend zeker? Toch maar doen dan?’
Ik knik gelaten. Hij gaat weer zitten, opent de laptop en begint te typen.
Hij praat terwijl hij typt. ‘datum, plaats, naam personeelslid, nummer personeelslid, tijdstip van arrestatie, tijdstip opmaken van het PB. En dan nu: Uw naam…’
Twee uur later sta ik buiten en ga op zoek naar een bushalte, mijn telefoon heb ik terug gekregen en aangezet maar hij is leeg. Er staan meer mensen bij de bushalte, ze begroeten me met gejoel. High fives, vredestekens. Ik doe halfslachtig mee. Ik ben down, ik voel me schuldig. Betrokken bij het milieu, ja. Bereid om actie te voeren, ja. Bereid om me te laten arresteren, ook ja. Maar niet bereid om de hond in de steek te laten. Ik ben een flut actievoerder die meteen om te praten is. Als het klimaat van mij afhangt dan kunnen we wel inpakken dus. Dan winnen we het niet van de multinationals, van KLM, Schiphol, van Shell. Dan zijn we verloren. Alles wat ervoor nodig is is een hond en we gaan 4 graden omhoog met de temperatuur. SLAPPELING, klinkt het in mijn hoofd terwijl ik in de bus stap, DOOS! wanneer ik er weer uitstap. GELEGENHEIDSDEMONSTRANT! Wanneer ik het tuinpad oploop. Ik doe de deur open en wordt uitgelaten en kwispelend begroet. DIERENLIEFHEBBER! Ja dat. Alles voor mijn hond.
Marina