Hoi

Hallo, welkom op mijn website. Ik schrijf columns, onder andere voor het blad van het Gilde van de Gidsen in Amersfoort. Ik schrijf fiets-reisverhalen voor het blad van De Reiziger van Rover (vereniging voor Reizigers in het Openbaar VERvoer). En ik schrijf verhaaltjes omdat ik daar lol in heb. Je zult dus een variatie aan schrijfsels aantreffen  op mijn website. Veel lees plezier.

Mijn goede voornemen voor 2026 is om iedere maand rond de 10e  een verhaal of column op de website te zetten.

Vanwege de hond

Het zijn 147 tegeltjes, ik heb ze nu drie keer geteld. Gek getal, een oneven getal. Kan dat wanneer je 21 tegels in de breedte hebt en zeven in de hoogte? Ja dus. Een oneven aantal. Ik zit hier zeker al twee uur. Precies weet ik het niet want ze hebben mijn telefoon afgepakt, en mijn horloge, broekriem en veters. Eikels. Het zal wel protocol zijn. Ik zucht, en slik, dorst heb ik en honger. Het ontbijt van vanmorgen is al lang geleden. De instructies waren duidelijk. En lachwekkend eigenlijk. Alsof dat nodig zou zijn.

‘Verzet je niet, laat je gewoon lijdzaam in de boeien slaan. Je gaat dan naar het bureau, misschien houden ze je even vast, er zijn advocaten die voor je klaar staan, daarna gaan we weer naar huis.’
Ik heb erom gelachen, ach ja, als we aangehouden zouden worden. Kleine kans toch? Vastgelijmd aan de snelweg, voor zover dat lukt met die lijm. We zijn geen bedreiging, alleen voor de mensen die in de file staan. Die naar hun werk willen, die wat later komen omdat ze om moeten rijden. Boehoe. Jammer dan. Het gaat ergens om, het gaat om het klimaat, om de toekomst, ook hun toekomst en die van hun kinderen. Ik offer me op voor alle mensen die zich er niets van aantrekken, zo moet je het zien.

Ik heb echt honger, ik heb nog een dropje gekregen van een van de anderen toen we goed en wel op het asfalt zaten, die met dat lange blonde haar, snorretje, leuke vent om te zien. Maar meer zit er niet in mijn maag. Waarom duurt het zo lang? Waar blijven die advocaten dan?
Het was toch nog een verrassing, de politie in grote getalen. Met een soort oranje schuitjes, die ze ook gebruiken bij ski ongelukken volgens mij. Daar werd ik (lijdzaam) opgelegd. In een bus gezet en zo ben ik hier beland. Ik vraag me af hoe lang het nog gaat duren. De hond moet uit, Boefje zal al wel met de poten gekruist op me zitten wachten. En morgen moet ik op tijd naar mijn werk, zo lang zullen ze me toch niet hier houden? Zal ik die tegels nog eens tellen?

Opeens gaat de deur open, een politieagent komt binnen. Hij gaat tegenover me aan tafel zitten.
‘Zo mevrouw van Berkel, Van de Ven is de naam, ik ga proces verbaal opmaken voor u, heeft u nog wat te zeggen voordat ik dat ga doen?’ hij klapt een laptop open op tafel.
‘Eh, nee? Zijn de advocaten er niet?’
De agent kijkt me aan. ‘Jawel maar met meer dan vijftig arrestaties hebben die hun handen vol, wij ook trouwens, daarom ben ik zojuist achter mijn bordje eten vandaan gebeld om te komen helpen hier op het bureau. Dus ik wil graag uw PB opmaken en van nog 10 collega’s van u en dan weer naar mijn vrouw en kinderen als u het niet erg vindt.’
Ik staar hem aan.
‘Dat is vervelend natuurlijk, dat u niet thuis kunt zijn. Maar ja, ik ben ook niet thuis en ondertussen gaat het klimaat naar de knoppen, ook niet fijn voor uw kinderen, voor alle kinderen eigenlijk. Daarom heb ik er dus ook geen. Dus ik wacht toch liever op een advocaat.’
Hij staart mij aan. Ik meen godverdomme  te horen maar zo zacht dat ik er niet zeker van ben. Hij klapt de laptop weer dicht. ‘weet u het zeker? Het kan lang duren, u bent dan vannacht nog hier denk ik. Geen kinderen die naar bed moeten begrijp ik.  Geen hond die uit moet? Geen baan die u kunt verliezen?’
Ik reageer, ondanks mezelf, bij het woord hond. Ik kijk naar hem op en slik.
‘Aha, een hond? Wie laat Fikkie uit vanavond? Niet op gerekend zeker? Toch maar doen dan?’
Ik knik gelaten. Hij gaat weer zitten, opent de laptop en begint te typen.
Hij praat terwijl hij typt. ‘datum, plaats, naam personeelslid, nummer personeelslid, tijdstip van arrestatie, tijdstip opmaken van het PB. En dan nu: Uw naam…’

Twee uur later sta ik buiten en ga op zoek naar een bushalte, mijn telefoon heb ik terug gekregen en aangezet maar hij is leeg. Er staan meer mensen bij de bushalte, ze begroeten me met gejoel. High fives, vredestekens. Ik doe halfslachtig mee. Ik ben down, ik voel me schuldig. Betrokken bij het milieu, ja. Bereid om actie te voeren, ja.  Bereid om me te laten arresteren, ook ja. Maar niet bereid om de hond in de steek te laten. Ik ben een flut actievoerder die meteen om te praten is. Als het klimaat van mij afhangt dan kunnen we wel inpakken dus. Dan winnen we het niet van de multinationals, van KLM, Schiphol, van Shell. Dan zijn we verloren. Alles wat ervoor nodig is is een hond en we gaan 4 graden omhoog met de temperatuur. SLAPPELING, klinkt het in mijn hoofd terwijl ik in de bus stap, DOOS! wanneer ik er weer uitstap. GELEGENHEIDSDEMONSTRANT! Wanneer ik het tuinpad oploop. Ik doe de deur open en wordt uitgelaten en kwispelend begroet. DIERENLIEFHEBBER! Ja dat. Alles voor mijn hond.

Marina

Soepel.

Hoe heet een trapgevel eigenlijk bij ons thuis?  Ik staar naar het gezelschap voor me, 4 van mijn nichtjes met hun mannen. Met hen praat ik al mijn hele leven plat. En vandaag dus niet, tot nu toe een beetje half half merk ik.

In de regio waar ik ben geboren werd in vrijwel ieder gezin dialect gesproken, in het ene wat authentieker dan het andere maar Nederlands  was het zeker niet.
Pas op de lager school maakten we kennis met ABN en moesten we leren om Nederlands te spreken. Dat viel niet mee. Zo spreken wij de sch uit als een k. Dus gingen wij naar skool, we liepen op onze skoenen.  En tja, hoe leer je dat? Een sch zeggen. De juf van de vijfde klas had er wat op gevonden.
Zeg eens knoopsgat. Knoopschgat.  En dat lukte. Vincent kon knoopsgat na zes keer prima uitspreken.
-En zeg nu eens schat,
Waarop hij de juf en ons verraste met het onvergetelijke:
-ja hee, maar dat zeg ik nie…
Afijn uiteindelijk lukte het ons allemaal. Met als gevolg dat veel Brabanders in de winter gaan schieën.

Ik ben er trouwens van overtuigd dat wie met een dialect is opgevoed veel soepeler is qua taal dan mensen die meteen Nederlands geleerd hebben. Je hebt immers al vroeg geleerd dat er woorden zijn die hetzelfde betekenen. Ik versta Twents ook wel, al zijn Limburgs en Fries lastig. En wanneer Hooglanders me willen aftroeven met dialectwoorden lukt ze dat meestal niet. Ik kan het altijd volgen. Het is toch een soort tweetaligheid. Bovendien lijken dialectwoorden vaak op elkaar.

Vandaag ben ik dus mijn nichten rond aan het leiden. En ik merk dat dat niet lukt in mijn dialect. Niet alleen door die trapgevel (die waren er in ons boerendorp ook niet) maar ook omdat ik die hele cursus en alle instructies in het ABN heb gehad, en het lukt me dus niet om dat te vertalen in het dialect. Nou ja een enkel woord, Mondriaan is geboren in een skool. In de Bollenburg kun je binnen zien hoe prachtig die zalen waren, maar kijk een beetje vanaf een afstand, dus niet blieken (door een raam naar binnen kijken van heel dichtbij.) En die kinderskoeoen natuurlijk. Maar de rest gaat in het ‘Hollands’.
Toch niet zo soepel dus.
Nou ja, Houdoe.

Een rode mini.

Iedereen kent wel het verschijnsel van de rode mini. Niet? Nou, je ziet ze nooit eigenlijk. Maar op het moment dat je erover denkt er een te kopen dan zie je ze plotseling overal. En dat gaat dan niet alleen met mini’s zo maar met alles waar een mens zo mee bezig is. Denk je over laarzen dan struikel je over mensen die ze dragen, denk je over een huis kopen dan staan plotsklaps overal borden in de tuin en heb je weleens overwogen een cursus te doen? Meteen regelt de overheid het startbudget.

Is het de voorzienigheid die zich hiermee bezig houdt vraag ik me af. Regelt die opeens al die rode mini’s en te koop borden? Vanuit die zetel in de hemel heeft zij het dan wel vreselijk druk natuurlijk. Met het uitsturen van gelaarsde mensen kan ze dat wellicht via  het onderbewuste aansturen. Maar waar haalt de voorzienigheid zo snel al die rode mini’s vandaan? Maar misschien onderschat ik haar.

Het is waarschijnlijker dat je eigen waarneming beïnvloed wordt. Selectieve perceptie. Tevoren kun je zo’n felgekleurde mini tegenkomen en zie je hem niet eens. Maar wanneer je waarneming gestuurd is merk je andere dingen op. Ook heel beangstigend vind ik dat, dat ik dus zomaar heel veel dingen mis. Al die gemiste rode mini’s en verkoopborden, waarom heb ik die dan nooit eerder gezien. Ik vind het een mysterie.

Wanneer je opgeleid wordt voor stadsgids zie je ook opeens allemaal zaken waar je eerder aan voorbij liep. Prachtige geveltjes, gevelstenen, bijzondere huizen. En dat geldt dus voor iedereen. Laatst vertelde iemand dat zij jarenlang in de Langestraat had gewoond en op mijn vraag of ze ooit de schilderijen aan de buitenkant van de Joriskerk had gezien was het antwoord: ‘Nee. Echt? Naast de FEBO dus?’ Ja daar dus. En dat gesprekje herhaal ik nu regelmatig. Het antwoord is altijd nee. Ik verwacht dat er binnenkort hordes mensen zich staan te vergapen aan die schilderijen aan de buitenkant van de kerk. Naast de FEBO, let er even op.

En het wordt nog erger want laatst was ik op een verjaardag in Enschede. Toen ik vertelde dat ik uit Amersfoort kwam zei mijn gesprekspartner.
‘Oh ja, mooie stad, we hebben vorig jaar een rondleiding gehad met een gids daar, dat vonden we erg leuk. En mijn man doet het nu zelf ook in Winterswijk. Gidsen’
Het blijkt dat je daar in Winterswijk een halve dag cursus in krijgt. Dan doen wij het grondiger toch? Ik was als Amersfoortse gids een half jaar aan het studeren.
En de voorzienigheid bracht nog meer rode mini’s op mijn pad want een paar dagen later was ik in Nieuw Vennep (ik moest het ook opzoeken). Ik was wat vroeg en raakte in gesprek . Zo’n standaardgesprekje:
‘Komt u van ver?’
‘Nou gaat wel, Amersfoort. ‘
‘Oh, ja? Mijn vrouw en dochter waren laatst een dagje in Amersfoort. Ze liepen binnen bij de VVV en konden zo aansluiten bij een gids waardoor ze allerlei leuke wetenswaardigheden van de stad te horen kregen. Dat vonden ze wel erg leuk.’

Hoe bestaat het hè? En dit had ik toch eerder niet over het hoofd kunnen zien!? Alsof je frontaal geraakt wordt door een rode mini. Dan zie je hem echt wel. En van heel dichtbij.

Marina van Alphen,

2024

Geen woord gelogen

Nog een column voor het gidsengilde (het maakt wat los:)

Ik loop de Jorisbrug op, ik dirigeer de groep tegen de leuning aan en ga er zelf voor staan. ‘Hier staan we op een bijzondere plek in de stad. Achter mij ziet u het huis met de paarse ruitjes. Het is ooit verbouwd en verfraaid door een ondernemer die belangrijk was voor de stad namelijk. ….’ En dan weet ik het even niet. ‘Ehm’.

Wat doe ik? Ga ik iet verzinnen? Hij was Joods en hij kwam uit Oost Europa. Victor? Maar ja misschien zit er wel iemand in de groep die de geschiedenis van de stad of van stadhouder Willem de Vijfde goed kent. Of zelfs een biografie heeft geschreven. Je weet het niet.

De groep kijkt me verwachtingsvol aan. Cohen, meneer Cohen. Gewoon meneer Cohen laten maar? Er waren natuurlijk wel meer heren Cohen en het is natuurlijk niet genoeg, maar ja… ‘Meneer Cohen was tabakshandelaar, wiskundige en diamanthandelaar…’

Het overkomt je gewoon, opeens is dat stukje informatie weg, verdwenen uit het vakje waar je alles van het Gilde in bewaard. Gevuld tijdens de opleiding, geoefend totdat je er van droomde en opeens… een lege plek. Shit.  Ik baal daar vreselijk van, ik blijf zoeken naar die naam. Ik pak mijn spiekboekje erbij en daar staat het natuurlijk gewoon in. Maar ja, dan moet ik al lopend lezen in dat boekje, en lopen en lezen heeft ook weer zijn risico’s op mijn leeftijd. Er zijn veel ongelijke steentjes in onze middeleeuwse stad, voor je het weet tuimel je de gracht in of zit je bij de eerste hulp.

Iets verzinnen is soms verleidelijk, de meeste mensen zal het niet opvallen: -Victor Cohen was een timmerman met zeven kinderen en twee minnaressen en hij timmerde het schot voor de koppelpoort en de top van de toren… Nee toch maar niet doen.

Dus ik zeg het maar gewoon tegen de groep die nog steeds verkleumd tegen die brugleuning staat. ‘Sorry ik ben zijn volledige naam even kwijt, ik komt er zo weer op of anders zoek ik het op.’ Ze kijken me aan en knikken vervolgens begrijpend. Hè hè, niks aan de hand.

Een vriendin van mij werkt veel met hoogbejaarden en zij vertelt: ‘het gaat gewoon wat langzamer. Niet alles ligt op de voorste plank klaar. Je hebt soms wat meer tijd nodig’. Geduld, vooral met jezelf,  is dan een schone zaak. En vaak is dat natuurlijk zo. Een straat verderop weet ik weer dat het Benjamin was en dat zijn zoon Abraham heette en dat die laatste het latere stadhuis op de Westsingel bouwde.

Ik moet er dus niet zo’n probleem van maken en ik weet ook heel veel wél natuurlijk. Dus zeg ik nog nadrukkelijker aan het begin van iedere wandeling: ‘vraag gerust hoor als u iets te vragen heeft. Ik weet veel meer dan ik u kan vertellen in negentig minuten.’ En daarvan is dan gelukkig geen woord gelogen.

Marina van Alphen

november 2023